|
De wintertuin
In de loop van de 19e eeuw kreeg vrijwel ieder landhuis en
monumentaal landgoed zijn eigen conservatory of orangerie. Het gebruik er van veranderde en het
was niet langer alleen een overwinterings-kas voor planten en bomen. De rijke
eigenaars ontdekten de mogelijkheden van de conservatory als extra kamer, als salon, en als
wintertuin. De uiterlijke verschijningsvorm en de verzorgde luxe detaillering
moesten de goede (klassieke) smaak van de kasteelheer tonen. Het werd een welkome
uitbreiding van het landhuis. Een plek voor een heimelijke ontmoeting, een ontvangst
of gewoon een plek waar je je in de grauwe winters toch buiten in de natuur waande,
omringd door exotische gewassen en behaaglijk warm.
Een felbegeerde conservatory
Zo gebeurde het dat in de 19e eeuw een serre een
felbegeerde toevoeging werd aan het huis van de "middle-class" burgerij van Engeland en
Nederland. Maar, omdat het deze "middle-class" ontbrak aan geld en
visie, waren hun conservatories meestal te klein, en, gek genoeg, ook meestal uit zuinigheid onverwarmd.
En zo ontstaat dan het beeld van de Nederlandse serre van 100 jaar geleden: een te
klein ongezellig aanhangsel aan het huis met tussendeuren naar de salon. Tussendeuren die
vanwege tocht en koude ‘s winters angstvallig gesloten bleven. Zo’n serre heeft
nauwelijks meer iets te maken met de grandeur van de oorspronkelijke conservatories en
orangerieën
De 21-ste eeuw
Nu, in de 21-ste eeuw, is de conservatory opnieuw ontdekt: hotels
en grote kantoren, winkelcentra etc. worden voorzien van atriums en
lichte overdekte binnentuinen. Dat kan omdat de techniek zover is gevorderd dat we veel van de problemen
van vroeger onder controle hebben. Denk maar aan isolerend glas, zonwering en
computer-gestuurde verwarming / koeling / ventilatie. Bovendien kunnen grote glazen
structuren een behoorlijke bijdrage aan de verwarming leveren in vòòr- en naseizoen door
passieve zonne-energie. Door geavanceerde materiaal-toepassingen zijn de
glas-constructies duurzaam en onderhouds-arm. Alleen de glazenwasser
moet zich zo nu en dan melden.
Nu in Nederland
Die moderne verworvenheden worden ook toegepast in de serres die
heden ten dage volop aan woonhuizen in Nederland worden gebouwd. De serres zijn niet
langer bestemd om tropische planten te laten overwinteren. Ze zijn
een aanvulling geworden op het woonplezier dat we van onze huizen verwachten: als uitbreiding van de
woonkamer met een zonnig overgangsgebied naar de tuin, als uitbreiding van de keuken met
ruimte voor een grote eettafel, of zomaar een afzonderlijke toevoeging aan het huis met een heel
eigen sfeer om een uurtje voor jezelf te hebben met een boek of een kopje thee met
vriendinnen of vrienden.
Ook horeca-ondernemers hebben de serre ontdekt als welkome
aanvulling op hun accommodaties: voor presentaties, ontvangsten en partijen, als
lounge of als à la carte restaurant met een heel eigen sfeer.
Daarnaast worden de grotere (klassieke) serres toegepast als
overbouwing van zwembaden, expositie-ruimte, atelier of binnentuin.
Helaas zijn er in de laatste jaren ook veel smakeloze serres
gebouwd waar alleen de overdekte ruimte en het vele glas lijkt te tellen.
Het kan anders: met behoud van alle technische verworvenheden is het wel
degelijk mogelijk om serres te ontwerpen en te bouwen die dezelfde
verfijnde detaillering en uitstraling hebben als de conservatories van twee eeuwen geleden.
copyright ©Crystal Palace, M. de Lange
|