Historie
Met de ontdekkingsreizigers kwamen vanaf de 16e eeuw exotische tropische en sub-tropische planten en bomen naar het koele West-Europa. En al snel was het bij de adel en de rijke kooplieden in de mode om de tuinen en parken bij hun monumentale buitenhuizen en kastelen op te sieren met bijzondere kuipplanten, zoals palmen en citrus-bomen.
En, omdat deze gewassen niet vorst-bestendig waren, moesten zij overwinteren in speciaal daarvoor gebouwde orangerieŽn: hoge stenen gebouwen met grote glasramen en soms ook een glazen dak en voorzien van een uitstekende verwarming.
In de 17e eeuw waren de orangerieŽn extreem kostbare gebouwen omdat de grote glasvlakken zo duur waren. Men kon toen namelijk nog geen vlak glas van behoorlijke afmetingen maken. Zo kwam het dat alleen de allerrijksten zich een conservatory konden permitteren.
In de 18e eeuw verbeterde de fabrikage van vlak glas en werden grote aaneengesloten glasoppervlakken mogelijk. Toen ook de techniek van grote gegoten ijzeren constructies geperfectioneerd was, lag de weg open voor de meest spectaculaire glas-architectuur: kathedralen van glas en rank gietijzer met een wereldse bestemming zoals wintertuin, wandelpromenade, amusement en concerten. Crystal Palace in Londen is daar het beroemdste voorbeeld van geweest.


De wintertuin

In de loop van de 19e eeuw kreeg vrijwel ieder landhuis en monumentaal landgoed zijn eigen conservatory of orangerie. Het gebruik er van veranderde en het was niet langer alleen een overwinterings-kas voor planten en bomen. De rijke eigenaars ontdekten de mogelijkheden van de conservatory als extra kamer, als salon, en als wintertuin. De uiterlijke verschijningsvorm en de verzorgde luxe detaillering moesten de goede (klassieke) smaak van de kasteelheer tonen. Het werd een welkome uitbreiding van het landhuis. Een plek voor een heimelijke ontmoeting, een ontvangst of gewoon een plek waar je je in de grauwe winters toch buiten in de natuur waande, omringd door exotische gewassen en behaaglijk warm.

Een felbegeerde conservatory
Zo gebeurde het dat in de 19e eeuw een serre een felbegeerde toevoeging werd aan het huis van de "middle-class" burgerij van Engeland en Nederland. Maar, omdat het deze "middle-class" ontbrak aan geld en visie, waren hun conservatories meestal te klein, en, gek genoeg, ook meestal uit zuinigheid onverwarmd. En zo ontstaat dan het beeld van de Nederlandse serre van 100 jaar geleden: een te klein ongezellig aanhangsel aan het huis met tussendeuren naar de salon. Tussendeuren die vanwege tocht en koude Ďs winters angstvallig gesloten bleven. Zoín serre heeft nauwelijks meer iets te maken met de grandeur van de oorspronkelijke conservatories en orangerieŽn

De 21-ste eeuw
Nu, in de 21-ste eeuw, is de conservatory opnieuw ontdekt: hotels en grote kantoren, winkelcentra etc. worden voorzien van atriums en lichte overdekte binnentuinen. Dat kan omdat de techniek zover is gevorderd dat we veel van de problemen van vroeger onder controle hebben. Denk maar aan isolerend glas, zonwering en computer-gestuurde verwarming / koeling / ventilatie. Bovendien kunnen grote glazen structuren een behoorlijke bijdrage aan de verwarming leveren in vÚÚr- en naseizoen door passieve zonne-energie. Door geavanceerde materiaal-toepassingen zijn de glas-constructies duurzaam en onderhouds-arm. Alleen de glazenwasser moet zich zo nu en dan melden.

Nu in Nederland
Die moderne verworvenheden worden ook toegepast in de serres die heden ten dage volop aan woonhuizen in Nederland worden gebouwd. De serres zijn niet langer bestemd om tropische planten te laten overwinteren. Ze zijn een aanvulling geworden op het woonplezier dat we van onze huizen verwachten: als uitbreiding van de woonkamer met een zonnig overgangsgebied naar de tuin, als uitbreiding van de keuken met ruimte voor een grote eettafel, of zomaar een afzonderlijke toevoeging aan het huis met een heel eigen sfeer om een uurtje voor jezelf te hebben met een boek of een kopje thee met vriendinnen of vrienden.

Ook horeca-ondernemers hebben de serre ontdekt als welkome aanvulling op hun accommodaties: voor presentaties, ontvangsten en partijen, als lounge of als ŗ la carte restaurant met een heel eigen sfeer. Daarnaast worden de grotere (klassieke) serres toegepast als overbouwing van zwembaden, expositie-ruimte, atelier of binnentuin. Helaas zijn er in de laatste jaren ook veel smakeloze serres gebouwd waar alleen de overdekte ruimte en het vele glas lijkt te tellen. Het kan anders: met behoud van alle technische verworvenheden is het wel degelijk mogelijk om serres te ontwerpen en te bouwen die dezelfde verfijnde detaillering en uitstraling hebben als de conservatories van twee eeuwen geleden.

copyright ©Crystal Palace, M. de Lange